Wij kunnen het niet alleen… (column Mark Ouendag)

Het is zondagmiddag 12:45 als ik mijn auto parkeer dichtbij een willekeurig voetbalveld van een zondagderdeklasser in district West1. Ik wandel rustig naar het clubgebouw waar een groot bord met ‘bestuurskamer’ of ‘wedstrijdsecretariaat’ erop me duidelijk maakt waar ik precies moet zijn. In de bestuurskamer word ik door een allervriendelijkste dame ontvangen, de geur van verse koffie komt me tegemoet. Met een brede glimlach biedt ze me een bakkie aan en schuift ze een grote gevulde koek mijn kant op.

Nog voordat ik goed en wel zit word ik al voorgesteld aan de teamleiders van beide ploegen, die het digitale wedstrijdformulier thuis al volledig hebben ingevuld. De spelerspassen liggen, volledig op volgorde van rugnummer al klaar om gecontroleerd te worden en dat doe ik dan ook snel. Terwijl ik daarmee bezig ben krijg ik een perfect opgepompte wedstrijdbal en twee grensrechtervlaggen in mijn handen gedrukt. Ik spreek met de leiders af dat ze de spelerspassen meegeven met hun aanvoerders en dat ik de assistent-scheidsrechter een kwartier voor aanvang bij hun dug-out oppik voor een instructie.

Kleedkamer

Nadat ik nog een tweede kopje koffie aangeboden heb gekregen word ik door de speciaal daarvoor verantwoordelijke scheidsrechterbegeleider mijn kleedkamer gewezen. Ruim voor de wedstrijd kom ik daar aan in een ruime, goed verlichte ruimte met een warme vloer. ‘Hier kunnen wel twee arbitrale trio’s zich omkleden’, glimlach ik. Ik kleed me rustig om en ruim een halfuur voor aanvang van de wedstrijd verlaat ik mijn kleedkamer. De scheidsrechterbegeleider, die in de buurt van de kleedkamer op mij stond te wachten, neemt de sleutel aan en ik begin aan mijn warming-up.

Onderweg controleer ik de doelnetten, die er als nieuw uitzien, constateer ik dat de lijnen perfect zijn getrokken en dat er geen pupillendoeltjes meer binnen de omheining staan. Nog tijdens mijn warming-up stellen beide assistent-scheidsrechters zich vriendelijk voor. Nadat ik ook even wat met de trainers heb uitgewisseld pik ik beide assistenten op bij de dug-outs om de nodige afspraken te maken over onze samenwerking. Ze zijn beiden vol aandacht, stellen een vraag en maken de indruk het volledig te begrijpen.

Aftrap

Na mijn laatste wedstrijdvoorbereiding stap ik de gang in waar beide teams al netjes klaar staan om het veld te betreden. Nadat ik de spelerspassen ook visueel heb gecontroleerd kunnen we precies om klokslag 14:00 uur aftrappen. Tijdens de wedstrijd blijken de assistent-scheidsrechters inderdaad uitstekend op de hoogte van de meest recente wijzigingen in de buitenspelregel. Ze volgen mijn instructies netjes op en er is sprake van een goede samenwerking.

In de rust staat mijn flesje AA al in de kleedkamer op me te wachten. Na de wedstrijd krijg ik in de bestuurskamer weer direct een drankje en een broodje aangeboden. Nog voordat ik het wedstrijdformulier compleet heb kunnen maken staan de teamleiders al naast me om hun akkoord te geven. Ze bedanken me vriendelijk voor de leiding en we wensen elkaar succes in het vervolg van het seizoen. Nadat ik nog even heb meegenoten van de aangerukte borrelhapjes nemen we afscheid. Wie weet tot de volgende keer.

Ideale wedstrijdvoorbereiding

Bovenstaande is een beschrijving van dé ideale wedstrijdvoorbereiding. Alles verloopt soepel, iedereen werkt mee, niets zit tegen. Hoewel ideaal, gaat het in de praktijk vrijwel nooit op deze manier. Uiteraard niet en gelukkig niet, zou ik zeggen. Het is niet altijd duidelijk waar je je moet melden. Er is niet altijd een gastheer of -vrouw aanwezig die niet ook nog tal van andere dingen tegelijk moet doen en dus eigenlijk geen tijd heeft voor de scheidsrechter. Het wedstrijdformulier is soms een halfuur voor de wedstrijd nog niet ingevuld en een spelerspas is wel eens kwijt. In het doelnet zit wel eens een gat en er staan regelmatig nog pupillendoeltjes dicht op het veld.

Een assistent-scheidsrechter is zelden precies op tijd beschikbaar en de teams staan vaak nog op het veld voor de warming-up of luisteren in de kleedkamer naar de laatste instructies van de trainer als ik eigenlijk al wil beginnen. Eenmaal op het veld is er niet altijd een voldoende opgepompte bal aanwezig, of geen reservebal als de bal over het hek verdwijnt. Ik moet soms actief op zoek naar drinken in de rust, of de kleedkamer is een koud, krap onooglijk hokje met alleen maar heel heet of heel koud water uit de douche waar je je assistenten nauwelijks durft te ontvangen. Na de wedstrijd wacht ik soms lang op teamleiders die nog akkoord moeten geven en krijg ik niet altijd iets te eten aangeboden.

Gelukkig maar

En gelukkig maar! Want wat zou het ongelofelijk saai zijn als al die dingen elke week maar weer precies zouden gaan zoals in de ideale situatie. Je weet nooit precies wat je bij een club aantreft en het is elke week weer een uitdaging om op tijd op een geschikt veld af te kunnen trappen. Maar dat is ook wat het vak van scheidsrechter een mooi vak maakt. Een goede scheidsrechter werkt elke week nauw samen met de vrijwilligers van beide verenigingen om de wedstrijd vlekkeloos te laten verlopen.

Het actief zoeken van die samenwerking en het waarderen van ieders rol daarin is een van de mooiste dingen van het vak. Want hoe zeer dat er bij sommige collega’s ook zit ingebakken, wij kunnen het niet alleen! Laten we ervoor zorgen dat het leuk is om met ons samen te werken door te denken in oplossingen en niet in problemen. Dan komen we met al die goede wil die ik wekelijks aantref volgens mij een heel eind!


Mark Ouendag is net afgestudeerd Bestuurs- en Organisatiewetenschapper en in het dagelijks leven actief als zelfstandig procesbegeleider. In het weekend is hij fulltime op het voetbalveld te vinden. Hij is scheidsrechter in Zondag groep F van district West1 en scheidsrechterscoördinator en jeugdtrainer bij het Utrechtse v.v. ‘t Goy. Met het hart op de tong en een vette knipoog beschrijft hij zijn belevenissen op en rond het voetbalveld.